Haastige spoed… (schrijfperikelen 5)

We weten het allemaal. Haastige spoed is zelden goed. In het verleden maakte ik me hier herhaaldelijk schuldig aan. Dan was een manuscript af en moest het HEEL SNEL een boek worden. Na enkele missers – en adviezen van collega’s – wist ik het zeker. Voortaan zou ik het anders doen. ‘Laat een manuscript gewoon nog even een half jaar in de la liggen en kijk er dan nog eens met een frisse blik naar.’ Ik heb het ter harte genomen. Of toch niet?

Begin dit jaar ging het schrijven erg snel. Heel erg snel. In drie maanden tijd ‘poepte’ ik er maar liefst twee manuscripten van ieder circa 90.000 woorden uit. Ik liep voor op mijn schema van ieder kwartaal een manuscript!

Proeflezers
Ineens ging het snel. En ik ging mee in die flow. Niet alleen in de flow van het skrieven, ook in de flow van het enthousiasme dat dit met zich meebracht. In een opwelling plaatste ik een oproep voor proeflezers. En die kwamen. Wederom snel, zoals met alles.
Maar daarna haalde de realiteit mij in. Er moest gewerkt worden. Nieuwe opdrachten dienden zich aan en mijn op handen zijnde boeken moesten ‘even’ wachten. Met de ‘boeken’ ook de bijna 25 aangemelde proeflezers. Is dat erg?

Voor de boeken in wording niet. Misschien wel voor het vertrouwen dat mensen in mij stelden. Tenslotte kregen ze geen manuscript toegestuurd, hoefde er niet gelezen te worden, kon er geen commentaar worden gegeven, stelde ik hen teleur. Ik plaatste er een berichtje over op mijn FB pagina van Drakenvuur, maar of alle aangemelde enthousiastelingen dat gelezen hebben? Ik denk het niet. Had ik meer moeten doen?

Ja en nee. Ja, ik had de mensen een persoonlijk bericht moeten sturen. Maar ja, als ‘hadden’ komt is ‘hebben’ te laat. Had ik dan maar de manuscripten moeten rondsturen? Ik denk het niet. Correctie: ik weet wel zeker van niet. De tijd was nog niet rijp.

Geen tijd voor redactie
De twee manuscripten, deel 1 en deel 2 van een mogelijke serie (die ik eerst wil afschrijven voordat ik ook maar één boek publiceer, dan wel laat publiceren!), wilde ik zelf nog onder handen nemen, maar ik had er geen tijd voor. Freelance-werk slokte al mijn tijd op. Dat betekende twee dingen: a: geen tijd voor redactie, en b: inkomen. Soms moet het ene wijken voor het andere.

Haastige spoed is zelden goed. Dat weet ik. Toch ging ik even in de fout. Enthousiasme laat zich minder makkelijk afremmen. Realiteit doet dat wel. Ik heb hard gewerkt, de afgelopen tijd. Dat moest. Dat was nodig.

Komt tijd, komt raad
Maar nu komt het najaar er weer aan en breekt ook de tijd van ‘iets meer tijd voor andere dingen’ weer aan. Heerlijk. Ik kan weer in Meesters van het Drakenvuur duiken. Ik kan Elin en Damash weer opzoeken en genieten van hun avonturen!

Toch zullen de proeflezers nog – langer – moeten wachten. Ik wil eerst de twee manuscripten goed doorlopen en, zeker na het afgelopen half jaar waarin de noodzakelijke afstand als vanzelf werd gecreëerd, kijken hoe het – nog – beter kan. Daarna zal ik de nieuwsgierige vrijwilligers benaderen en vragen of ze nog steeds willen proeflezen. We zijn dan zeker een jaar verder dan het moment waarop zij zich aanmeldden. Is dat erg? Ik denk het niet. Misschien vallen er een paar mensen af, maar de rest zal het vast begrijpen. Ze krijgen hopelijk een nog mooier resultaat onder ogen. Dat scheelt hen werk en levert ook meer plezier op. Iedereen blij. Toch?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s